Scheldeland-Q-verl

 

 

 

 

 

 

 

 


                      Centrumreglement

          Centra voor Volwassenenonderwijs

               Secundair onderwijs


 

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave.. 1

Deel I. - Leidraad voor de cursist 4

Hoofdstuk 1. – Wie zijn wij?.. 4

Hoofdstuk 2. – Missie/visie en agogisch project van het centrum... 6

Hoofdstuk 3. – Inschrijving.. 7

Hoofdstuk 4 – Het financiële luik. 8

Hoofdstuk 5. – Toelatingsvoorwaarden en vrijstellingen.. 12

Hoofdstuk 6. – Lessenrooster en vakantiedagen.. 13

Hoofdstuk 7. – Verzekeringen.. 13

Hoofdstuk 8. – Administratief dossier. 14

Hoofdstuk 9. – Studiebewijzen.. 14

Deel II. – Afspraken en regels. 18

Hoofdstuk 1. – Aanwezigheid/afwezigheid.. 18

Hoofdstuk 2. – Pauzes en lesonderbrekingen.. 18

Hoofdstuk 3. – Parkeren.. 18

Hoofdstuk 4. – Toegang tot lokalen en werkplaatsen.. 19

Hoofdstuk 5. –Gebruik van didactisch en ICT-materiaal, van internet en van GSM    19

Hoofdstuk 6. – Persoonlijke bezittingen.. 20

Hoofdstuk 7. - Copyright en gebruik van foto's.. 20

Hoofdstuk 8. – Aanplakken van affiches en aankondigingen.. 21

Hoofdstuk 9. – Veiligheid en gezondheid.. 21

Deel III. – Orde en tuchtreglement 23

Deel IV – Evaluatiereglement 25

Hoofdstuk 1. – Evaluatie: begrippen, evaluatievorm en periode.. 25

Hoofdstuk 2. – Deelname aan, afwezigheid op of stopzetten van de evaluaties   26

Hoofdstuk 3. – Vrijstellingen.. 28

Hoofdstuk 4. – De evaluatiecommissie.. 28

Hoofdstuk 5. – De ombudsdienst 29

Hoofdstuk 6. – Fraude.. 30

Hoofdstuk 7. – Beroepsprocedure.. 30

BIJLAGEN.. 33

Bijlage 1: Vrijstelling van inschrijvingsgeld. 34

1.    Volledige vrijstelling van het inschrijvingsgeld.. 34

2.    Verminderd inschrijvingsgeld van 0,25 euro per lesuur. 34

3.    Verminderd inschrijvingsgeld van 0,50 euro per lesuur. 35

4.    Modaliteiten.. 35

Bijlage 2: Betaald educatief verlof 36

1.    Inleiding.. 36

2.    Rechthebbende werknemers.. 36

3.    Erkende opleidingen.. 37

4.    Duur en spreiding van het verlof. 38

5.    Verlies van het recht op betaald educatie verlof. 39

6.    Bescherming tegen ontslag.. 40

7.    Door de werknemer te vervullen formaliteiten.. 40

Bijlage 3: Opleidingen die recht geven op een premie van de Vlaamse Gemeenschap  41

Bijlage 4: Jaarkalender 43


 

Woord vooraf

Voor wie op zoek is naar een centrum waar cursussen worden gegeven, is het niet altijd makkelijk om de weg te vinden tussen het aanbod van de verschillende onderwijsverstrekkers.

Het onderwijslandschap in Vlaanderen zit namelijk vrij complex in elkaar: verschillende netten, niveaus, onderwijsmethodes, doelgroepen, pedagogische visies…

Eén van deze onderwijsverstrekkers is het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen.

Het provinciaal onderwijs vormt, samen met het gemeentelijk onderwijs, het zogenaamde derde net of het officieel gesubsidieerd onderwijs.

De provinciale centra voor volwassenenonderwijs zijn voor iedereen toegankelijk en willen er voor zorgen dat elk van ons zijn leven lang kan leren.
Zo kan je er via een 2de of 3de kans een erkend certificaat, getuigschrift of diploma verwerven. Je kan je bijscholen, vervolmaken, herscholen of je talenkennis vergroten.
Kortom, door het volgen van een opleiding in één van onze centra bevorder je je persoonlijke ontwikkeling of maatschappelijke integratie.

Onze provinciale centra streven er naar om kwaliteitsvol en flexibel onderwijs te verstrekken.
Het onderwijs is aangepast aan de noden van de cursist, aan de opleidingsbehoeften van de regio en aan de tijdsgeest.

Je bent alvast van harte welkom in het provinciaal onderwijs van Oost-Vlaanderen. Ik hoop dat dit centrumreglement bijdraagt tot een positieve samenwerking.

Veel succes!

Peter Hertog

Gedeputeerde


Deel I. - Leidraad voor de cursist

 

 

Hoofdstuk 1. – Wie zijn wij?

         Het centrum

Provinciaal Centrum voor Volwassenenonderwijs SCHELDELAND

- adres hoofdzetel : Dijkstraat 52 te 9200 DENDERMONDE
  adres vestigingsplaats Wetteren : Marktdreef 7a
  adres vestigingsplaats Buggenhout : Collegestraat 3
  adres vestigingsplaats Sint-Niklaas : Noordlaan 132

- openingsuren : Van maandag 9u00 tot vrijdag 21u00 (woensdagnamiddag
                           gesloten)
- aanbod : zie website
- website : pcvoscheldeland@scarlet.be

         De inrichtende macht

De Provincie Oost-Vlaanderen is de inrichtende macht van het centrum.
De inrichtende macht is de eigenlijke organisator van het centrum. Ze richt niet alleen het onderwijs in, ze is ook verantwoordelijk voor het beleid en de beleidsvorming.
De deputatie treedt op als uitvoerend orgaan van de provincieraad.

Alle provinciale scholen en centra voor volwassenenonderwijs van de provincie Oost-Vlaanderen vormen samen het 'Intern Verzelfstandigd Agentschap voor het Oost-Vlaams Provinciaal Onderwijs'. Dit agentschap staat o.a in voor de uitvoering van een gecoördineerd onderwijsbeleid overeenkomstig de beleidslijnen van de inrichtende macht, voor het dagelijks financieel beheer en voor de uitvoering van het personeelsbeleid.
De adviseur-coördinator, mevrouw Dr.K.de Boeverevan is het hoofd van het IVA Provinciaal Onderwijs.

Enkele nuttige adressen:

-       Inrichtende macht: de Provincie Oost-Vlaanderen
adres: De leden van de deputatie
Gouvernementstraat 1, 9000 Gent
tel. 09-267 80 00
mail: info@oost-vlaanderen.be
website: www.oost-vlaanderen.be

-       IVA Provinciaal Onderwijs
Provinciaal Administratief Centrum Het Zuid
Woodrow Wilsonplein 2, 9000 Gent
tel. 09-267 74 45

 

 

         Het consortium

Ons centrum maakt deel uit van het Consortium volwassenenonderwijs IX VZW,
maatschappelijke zetel te 9100 St.-Niklaas, Grote Markt 1. (Voorzitter : E.Allaert, directeur PCVO Scheldeland; Afgevaardigd bestuurder : E.Peeten, directeur CVO Janitor) (zie ook www.consortiumix.be/ )

Een consortium volwassenenonderwijs is een samenwerkingsverband tussen de centra voor volwassenenonderwijs en het centrum basiseducatie binnen één bepaalde regio.
Het doel van het consortium is om de kwaliteit van het aanbod en de dienstverlening te verhogen.

             Personeel van het centrum

       Directieteam

Directeur : E.Allaert,
Adjunct-directeur : D. Declercq

De directeur staat in voor de dagelijkse leiding van het centrum. De directeur heeft bijzondere bevoegdheden op het gebied van toelating, tucht, evaluaties, deliberaties….

De directeur wordt in de dagelijkse leiding bijgestaan door de adjunct-directeur.

       Onderwijzend personeel

       Ondersteunend en administratief personeel

Op het secretariaat wordt de cursistenadministratie van het centrum beheerd. Daar word je geholpen met de formulieren voor betaald educatief verlof, met informatie over het lessenrooster, over de lokalen, …..

             Wat bieden wij aan?

Het centrum biedt modulair onderwijs aan op het niveau secundair onderwijs en op het niveau hoger beroepsonderwijs. In een modulaire organisatie wordt de leerstof aangeboden in modules. Een of meerdere modules vormen een opleiding.
Het volledige onderwijsaanbod is terug te vinden in de brochure 'Aanbod provinciaal onderwijs' en op de website van het centrum.
Het centrum biedt het contactonderwijs aan als opleidingsvormen. Contactonderwijs is de reguliere vorm van onderwijs: er is rechtstreeks contact tussen de leerkracht en de cursist en dit op welbepaalde tijdstippen en op een welbepaalde plaats.

 

 

 

 

Hoofdstuk 2. – Missie/visie en agogisch project van het centrum

         Missie/visie

PCVO SCHELDELAND wil een lerend systeem zijn voor volwassenen in een geest van pluralisme, openheid en respect. Het wil de hoogste prioriteit geven aan alle democratische grondbeginselen om via een procesmatige begeleiding van cursisten te komen tot levenslang en levensbreed leren.

 

Intern wil PCVO SCHELDELAND een dynamiek van betrokkenheid waarborgen tussen personeel en cursist. Het wil, met in acht name van een strenge kwaliteitsbewaking enerzijds en anderzijds met de zeer gewaardeerde steun van de Inrichtende Macht, zowel in mensen als in middelen, een pedagogische en administratieve werking realiseren die resulteert in cursistentevredenheid.

 

Extern wil PCVO SCHELDELAND een brug zijn naar de arbeidsmarkt door het helpen detecteren van haar behoeften enerzijds en anderzijds door via zijn vormingsprogramma’s in te spelen op haar noden.

Educatief wil het centrum netoverschrijdend samenwerken binnen de richting die haar door de Inrichtende Macht wordt gegeven.

 

Tenslotte wil PCVO SCHELDELAND binnen de snel evoluerende maatschappij voor de cursist een steunpunt zijn voor zelfontplooiing en zelfvervolmaking.

.

         Agogisch project van de provinciale centra voor volwassenenonderwijs

De Centra voor Volwassenenonderwijs van de provincie Oost-Vlaanderen bieden onderwijs aan dat democratisch, open en pluralistisch is.

 

Het is voor alle volwassenen toegankelijk ongeacht overtuiging, achtergrond of geaardheid.

 

Het onderwijs is er op gericht kennis, vaardigheden en attitudes bij te brengen die aan de cursist maximale ontplooiing en zelfredzaamheid waarborgen.

 

In het kader van levenslang en levensbreed leren engageren de centra zich hun opleidingsprofielen permanent af te stemmen op de noden en behoeften van de maatschappij.

 

De centra staan garant voor een transparant beleid inzake onthaal, toelating en evaluatie van de cursist conform de regels van degelijk bestuur.

 

Om haar doelstellingen te bereiken kleven de centra de participatieve gedachte aan waarbij een maximale betrokkenheid van de cursist centraal staat.

 

 

 

 

Hoofdstuk 3. – Inschrijving

         Wie kan zich inschrijven?

Iedereen die voldaan heeft aan de toelatingsvoorwaarden (zie hoofdstuk 6) kan zich inschrijven.

         Waar kan men zich inschrijven?

De inschrijvingen gebeuren op de daartoe aangeduide locaties in het centrum.

         Wanneer kan men zich inschrijven?

De aanvang van de inschrijvingsperiode wordt tijdig kenbaar gemaakt.

Je dient ingeschreven te zijn alvorens 1/3 van de lestijden van de module verstreken zijn.

         Waarvoor kan men zich inschrijven?

Er worden geen bijkomende toelatingsvoorwaarden opgelegd indien je je inschrijft voor:

-       de aanvangsmodules van een modulair georganiseerde opleiding;

-       modules waar geen specifieke voorkennis voor vereist is;

-       de tweede graad in het studiegebied algemene vorming.

Meer informatie over de toelatingsvoorwaarden vind je in hoofdstuk 6.

         Kan een inschrijving geweigerd worden?

Het centrum schrijft zonder onderscheid elke cursist in voor de opleiding die hij wil volgen. Cursisten worden ingeschreven in de volgorde dat ze zich in orde stellen met de inschrijvingsvoorwaarden:

-       aan de toelatingsvoorwaarden voldoen;

-       het inschrijvingsgeld betaald hebben of er gedeeltelijk/volledig van vrijgesteld zijn;

-       zich akkoord verklaard hebben met het centrumreglement;

-       zich akkoord verklaard hebben met het eigen agogisch project van het centrum.

Indien je niet voldoet aan één van bovenvermelde inschrijvingsvoorwaarden, dan kan de directeur een inschrijving weigeren.

Indien de klasgroep volzet is kan het centrum wachtlijsten aanleggen.

Bij onvoldoende inschrijvingen voor een cursus kan de directeur beslissen om die cursus niet te laten doorgaan.

Door het inschrijvingsformulier te ondertekenen verklaar je je akkoord met het centrumreglement en met het agogisch project.


         Kan een inschrijving gewijzigd of geannuleerd worden?

In sommige gevallen is het mogelijk om van cursus te veranderen en de inschrijving te laten wijzigen.

Een inschrijving kan geannuleerd worden binnen de 14 dagen na de inschrijving of na de start van de cursus. Het betaalde inschrijvingsgeld wordt dan volledig terugbetaald via overschrijving.
Je dient je met het inschrijvingsbewijs tot het secretariaat van het centrum te wenden om een inschrijving te annuleren.
Late annuleringen worden niet aanvaard.

 

Hoofdstuk 4 – Het financiële luik

         Het inschrijvingsgeld: hoe en wanneer betaald?

Het inschrijvingsgeld wordt betaald bij de inschrijving. Je kan contant of via overschrijving of met opleidingscheques betalen.

Indien je volledig of gedeeltelijk vrijgesteld bent van inschrijvingsgeld dient het vereiste attest voorgelegd te worden bij de inschrijving.

Indien je het vrijstellingsattest niet kan voorleggen bij de inschrijving dient het volledige inschrijvingsgeld betaald te worden.
Na voorlegging van het vereiste attest wordt het inschrijvingsgeld of een deel van het inschrijvingsgeld terugbetaald.

Het inschrijvingsbewijs kan te allen tijde door het bestuurs-, onderwijzend- of ondersteunend personeel gevraagd worden.
Ben je niet ingeschreven dan kan je de lessen niet volgen en wijzen de inrichtende macht en de directie alle verantwoordelijkheid af ingeval van ongeval.
Indien je niet rechtmatig bent ingeschreven, kan je niet deelnemen aan evaluaties en bijgevolg geen studieattest bekomen.

         Zijn er naast het inschrijvingsgeld nog bijkomende kosten?

Voor cursusmateriaal kunnen bijkomende kosten aangerekend worden. Deze kosten moeten ook betaald worden indien je geheel of gedeeltelijk bent vrijgesteld van inschrijvingsgeld.

Op de website van het centrum vind je een raming van deze kosten. Deze kosten verschillen naargelang de gevolgde opleiding of module.

         Plafonnering van het inschrijvingsgeld

Je betaalt per schooljaar een maximum van 400 euro per opleiding.. Deze plafonnering is niet overdraagbaar naar een ander centrum.

Per opleiding betaal je een maximum van 1 200 euro. Deze plafonnering is geldig gedurende 4 schooljaren. De opleiding moet met andere woorden binnen een periode van 4 schooljaren worden afgerond. Indien niet, dan is enkel nog de begrenzing van 400 euro per opleiding per schooljaar van toepassing.
De plafonnering per opleiding is overdraagbaar naar een ander centrum.

Om de plafonnering te kunnen toepassen, dien jijzelf de nodige bewijzen voor te leggen. Je moet dus aantonen welk bedrag aan inschrijvingsgeld je reeds betaald hebt voor een bepaalde opleiding. Daartoe moet het centrum bij betaling van het inschrijvingsgeld steeds een betalingsbewijs overhandigen.

         Wie kan geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van inschrijvingsgeld?

Wat betreft het inschrijvingsgeld bestaan er 4 categorieën van cursisten:

§  volledig vrijgesteld;

§  verminderd inschrijvingsgeld van 0,50 euro per lestijd;

§  verminderd inschrijvingsgeld van 0,25 euro per lestijd;

§  geen vermindering.

Meer informatie vind je in de bijlage 1 'vrijstelling van inschrijvingsgeld'.

         Opleidingscheques

Er zijn twee soorten opleidingscheques, namelijk deze voor werknemers en deze voor werkgevers.

§    Opleidingscheques werknemers

De doelgroep van de opleidingscheques voor werknemers zijn alle werknemers, zowel uit de private als de publieke sector, die in Vlaanderen of in het Brusselse Gewest wonen.

De cheques kunnen gekocht worden bij de VDAB. De werknemer betaalt slechts de helft van de waarde van de cheques; de overige helft wordt betaald door de Vlaamse overheid.

Heb je geen diploma algemeen, beroeps- of technisch secundair onderwijs dan doet de Vlaamse overheid voor jou iets extra's. Dan kan je door een opleiding te volgen je persoonlijke bijdrage voor het aanschaffen van de opleidingscheques volledig terugbetaald krijgen en dit tot een maximum van 250 euro per jaar.
Deze bijkomende vergoeding geldt voor:

-       alle opleidingen die personen van minimum 18 jaar of ouder de kans bieden om een diploma of getuigschrift van algemeen, beroeps- of technisch secundair onderwijs te behalen;

-       alle opleidingen verstrekt door de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs;

-       basisopleidingen informatica;

-       basisopleidingen Nederlands voor anderstaligen.

De opleidingscheques kunnen gebruikt worden om zowel het inschrijvingsgeld als andere directe opleidingskosten, zoals handboeken, kopieën en dergelijke aangekocht via het centrum, te betalen.

De inschrijvingskosten worden bij voorkeur rechtstreeks met opleidingscheques betaald.

Voor reeds gedane cash of elektronische betalingen gebeurt de terugbetaling nadat de cheques door de uitgever aan het centrum zijn betaald. Hou er rekening mee dat het minimum 10 weken duurt vooraleer het geld wordt terugbetaald. De terugbetaling gebeurt via overschrijving.

De waarde van de aangeboden cheques mag niet hoger zijn dan de te betalen kost. Dit impliceert dat niet teruggeven kan worden op de cheques.

 

Meer informatie vind je op de website van de VDAB: www.vdab.be/opleidingscheques of via het telefoonnummer 0800/30 700.

§    Opleidingscheques werkgevers (KMO-portefeuille)

De elektronische opleidingscheques voor werkgevers zijn bestemd voor ondernemingen met een exploitatiezetel in het Vlaams Gewest. Ook een aantal vrije beroepen komt in aanmerking.

Bijkomende voorwaarde is wel dat een onderneming in een aanvaardbare sector is tewerkgesteld.

Deze opleidingscheques kunnen dus enkel worden gebruikt indien het initiatief voor de opleiding van een werknemer uitgaat van de werkgever. De opleiding wordt m.a.w. gevolgd in opdracht van de werkgever.

De elektronische opleidingscheques kunnen aangevraagd worden via
www.kmo-portefeuille.be of gratis tel. 1700

         Betaald educatief verlof

Het betaald educatief verlof vervangt het vroegere stelsel van kredieturen. Het kan omschreven worden als zijnde het recht, toegekend aan een werknemer die voltijds tewerkgesteld is in de privé-sector en die bepaalde algemene of beroepsopleidingen volgt, om op het werk afwezig te zijn, gedurende een aantal uren dat gelijk is aan het aantal aanwezigheidsuren in de les, met behoud van het normale loon dat op het gewone tijdstip wordt uitbetaald.

Opgelet! Het afstandsgedeelte van gecombineerd onderwijs komt niet in aanmerking voor betaald educatief verlof.

De werkgever die verzocht wordt om betaald educatief verlof toe te kennen, heeft de verplichting hieraan gevolg te geven, indien de belanghebbende werknemer en de gevolgde opleiding beantwoorden aan de voorwaarden gesteld in de wet.

Hij kan echter de afwezigheden plannen, rekening houdend met de vereisten inzake arbeidsorganisatie en de noden van de individuele cursist-werknemer, vandaar dat deze planning in overleg dient te gebeuren.

Meer informatie vind je in de bijlage 2 'betaald educatief verlof'.

         Vormingsverlof

Aan de personeelsleden van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap kan vormingsverlof verleend worden in het kader van een beroepsopleiding die ze volgen op eigen initiatief en die 's avonds of in het weekend en in het kader van de regelgeving van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming plaatsvindt.

Onder beroepsopleiding worden enkel die opleidingen verstaan die in verband staan met het uitgeoefende ambt.

De maximumduur van het vormingsverlof bedraagt 120 uur per schooljaar.

         Cevora

Bedienden van een onderneming uit het Aanvullend Nationaal Paritair Comité voor Bedienden (ANPCB) kunnen, als zij aan bepaalde voorwaarden voldoen, een terugbetaling van hun inschrijvingsgeld vragen op het einde van het schooljaar.
Het secretariaat kan hierover inlichtingen verstrekken.

De toekenning van deze vergoeding kan niet gecombineerd worden met het recht op betaald educatief verlof.

         Kinderbijslag

Ben je nog geen 25 jaar en volg je een opleiding die minstens 17 lesuren omvat, dan behoud je je recht op kinderbijslag.
Je moet de lessen regelmatig en tijdens de daguren volgen.

Meer informatie kan je krijgen bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers, Leopold II-laan 27, 9000 Gent – tel. 09/244 74 11 – website: www.kindergeld.be.

         Premies

-       premies van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Indien je een bepaald diploma of certificaat behaald hebt, wordt een premie uitbetaald.

Indien je een certificaat behaald hebt van één van de opleidingen in bijlage 3 wordt een premie toegekend die gelijk is aan 50% van het inschrijvingsgeld dat je voor deze opleiding betaald hebt.

Om een premie te verkrijgen, moet je een aanvraagdossier indienen bij de afdeling Volwassenenonderwijs, schoolbeheer volwassenenonderwijs, secretariaat 6 C 20, Koning Albert II-laan 15 te 1210 Brussel.

Dit aanvraagdossier bestaat uit:

           persoongegevens: voornaam, achternaam, adres en rekeningnummer waarop de premie moet gestort worden;

           een kopie van het behaalde diploma of certificaat;

           de originele bewijsstukken van het inschrijvingsgeld dat je voor de opleiding in kwestie hebt betaald, uitgereikt door het centrum of de centra waar je de opleiding geheel of gedeeltelijk hebt gevolgd (de betalingsbewijzen)

Je kan uiterlijk één jaar na het uitreiken van het diploma of certificaat een premie aanvragen. Het verdient de aanbeveling bij het doen van de aanvraag de centrumleiding te betrekken.

 

Hoofdstuk 5. – Toelatingsvoorwaarden en vrijstellingen

         Algemeen

Iedereen die voldaan heeft aan de voltijdse leerplicht kan zich inschrijven. Dit wil zeggen:

-       ofwel ouder zijn dan 16 jaar;

-       ofwel ouder zijn dan 15 op het registratiemoment (d.i. alvorens 1/3 van de lestijden van de module gegeven zijn) en de eerste twee leerjaren van het voltijds secundair onderwijs gevolgd hebben.

         Modulaire opleidingen

Binnen een modulair georganiseerde opleiding wordt onderscheid gemaakt tussen sequentieel geordende modules en niet-sequentieel geordende modules.

Voor niet-sequentieel geordende modules gelden – naast de wettelijke inschrijvingsvoorwaarden – geen specifieke toelatingsvoorwaarden.

Om toegelaten te worden tot een sequentieel geordende module moet je de leerdoelen van voorgaande module bereikt hebben. Je kan er dus alleen toegelaten worden als je het deelcertificaat hebt van de voorgaande module.

Je kan ook toegelaten worden tot een sequentieel geordende module op basis van vrijstellingen (zie hierna).

         Specifieke toelatingsvoorwaarden

-       Studiegebied Algemene vorming

Om toegelaten te worden tot een opleiding van het studiegebied algemene vorming moet je voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht.
Dit betekent dat je op het ogenblik van de inschrijving 18 jaar moet zijn.
Indien de inschrijving plaatsvindt tussen 1 september en 31 december dan moet je 18 worden ten laatste op 31 december van hetzelfde kalenderjaar.

         Vrijstellingen

Je kan in het lineair onderwijs tot 2 leerjaren toegelaten worden of in het modulair onderwijs tot een sequentieel geordende module waarvoor je niet voldoet aan de wettelijke toelatingsvoorwaarden op basis van

-       een welbepaald attest of certificaat van een andere opleidings- of vormingsinstelling: de Vlaamse regering bepaalt welk attest of certificaat toegang geeft tot welke modules of leerjaar;

-       een titel van beroepsbekwaamheid: de Vlaamse regering bepaalt welke titel van beroepsbekwaamheid toegang geeft tot welke module of leerjaar;

-       een diploma, certificaat of getuigschrift uit het onderwijs of een attest of certificaat uit een andere opleidings- of vormingsinstelling waaruit blijkt dat je over voldoende kennis, vaardigheden en attitudes beschikt: de directeur beslist;

-       een toelatingsproef. Via deze proef beoordeelt de directeur of je over voldoende kennis, vaardigheden en attitudes beschikt. De directeur van het centrum richt een toelatingsproef in uiterlijk binnen de 5 dagen na het einde van de inschrijvingstermijn.

Bij de inschrijving dien je de vrijstelling schriftelijk aan te vragen en te motiveren aan de hand van bewijsstukken.

Bij een negatieve beslissing deelt de directeur van het centrum dit uiterlijk vijftien dagen na ontvangst van de stavingsdocumenten of na het afleggen van de toelatingsproef mee.
De beslissing van de directeur wordt gemotiveerd en opgenomen in je administratief dossier.

Tegen de beslissing van de directeur kan je beroep aantekenen bij de beroepscommissie van de inrichtende macht.
Het beroep moet ingediend worden binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de beslissing.
De beroepscommissie beslist binnen de vijf werkdagen na ontvangst van het beroep.

 

Hoofdstuk 6. – Lessenrooster en vakantiedagen

Zie website

 

 Hoofdstuk 7. – Verzekeringen

De schoolverzekering omvat een verzekering 'Burgerlijke aansprakelijkheid tegenover derden' en een verzekering 'Lichamelijke ongevallen.

De verzekering tegen 'Burgerlijke aansprakelijkheid tegenover derden' dekt zowel stoffelijke als lichamelijke schade die je tijdens de onderwijsactiviteiten zou berokkenen aan medecursisten of derden.
Je bent niet verzekerd voor de burgerlijke aansprakelijkheid tijdens individuele activiteiten, die enkel uit persoonlijk initiatief zijn genomen.

Het is ook zo dat de schade aan derden voortkomend uit de burgerlijke aansprakelijkheid enkel wordt vergoed na uitwerking van de familiale verzekering of bij ontstentenis van een familiale verzekering.

Ook op de schoolweg ben je verzekerd voor de burgerlijke aansprakelijkheid, behalve indien de schade aan derden wordt veroorzaakt door het gebruik van de wagen. In dit laatste geval worden de kosten ten laste gelegd van de verplichte autoverzekering.

Onder schoolweg wordt verstaan het normale traject dat je moet afleggen om je van je verblijfplaats te begeven naar de plaats waar de schoolactiviteit plaatsvindt en omgekeerd. Dit zal over het algemeen de kortste weg zijn.

Er wordt benadrukt dat diefstal, die je overkomt, niet is verzekerd. Ook de risico's lichamelijke ongevallen en stoffelijke schade zijn niet verzekerd, tenzij het jou overkomt wegens een bewezen fout of nalatigheid van het personeel.

Ieder ongeval moet binnen 48 uren aan het secretariaat worden gemeld.

Eventuele beschadiging aan het gebouw en de inboedel van het centrum moet door jouzelf worden vergoed.

 

Hoofdstuk 8. – Administratief dossier

Het PCVO is wettelijk verplicht om van elke cursist een administratief dossier bij te houden.
Dit dossier omvat onder meer persoongegevens, studieresultaten, inschrijvingsformulier, verantwoordingsstukken zoals studiebewijzen, attesten voor vrijstelling van inschrijvingsgeld ….

Deze documenten zijn niet alleen belangrijk om na te gaan in welke module je je als cursist kan inschrijven, maar ook voor het ministerie van Onderwijs en Vorming. Aan de hand van dat dossier wordt namelijk je regelmatigheid als cursist vastgesteld, zodat je een officieel studiebewijs kan behalen.

Je gegevens worden bijgehouden in een databank. Het verzamelen van deze gegevens gebeurt in overeenstemming met de bepalingen van de privacywet. Je hebt dan ook te allen tijde recht op inzage van de gegevens en je kan een correctie van onjuiste gegevens vragen.

 

Hoofdstuk 9. – Studiebewijzen

Wanneer : Studiebewijzen worden uitgereikt uiterlijk binnen de twee maanden na het afsluiten van elke evaluatieperiode.

         Het attest

Het attest bekrachtigt een eenheid in het volgens de voorlopige structuurschema's modulair georganiseerd onderwijs.

         Het deelcertificaat

Het deelcertificaat bekrachtigt een module of submodule in het modulair georganiseerd onderwijs.

         Het certificaat

Een certificaat bekrachtigt een modulaire opleiding met uitzondering van de opleidingen Algemeen en Technisch Secundair Onderwijs van het studiegebied Algemene vorming geconcordeerd met de derde graad ASO en TSO.

         Het getuigschrift

Een getuigschrift bekrachtigt in het secundair onderwijs een lineair georganiseerde opleiding.

         Het diploma secundair onderwijs

Een diploma bekrachtigt in het secundair onderwijs:

           de opleidingen Algemeen Secundair Onderwijs van het studiegebied Algemene vorming geconcordeerd met de derde graad ASO;

           de opleiding aanvullende Algemene vorming TSO en BSO gecombineerd met een certificaat van welbepaalde opleidingen in andere studiegebieden;

           welbepaalde opleidingen van een ander studiegebied dan Algemene Vorming, als de cursist bij zijn inschrijving houder is van een diploma van het secundair onderwijs.

 

Hoofdstuk 10. – Ombudsdiensten

         Ombudsdienst van het centrum

De ombudsdienst van het centrum is bevoegd om alle klachten van cursisten en kandidaat-cursisten te behandelen. Heb je een klacht, dan kan je terecht bij:

  Mevr. Riet LENSKENS , Marktdreef 7A te 9230 Wetteren (GSM : 0476/765206).

§  Fase 1. Registratie

Je kan schriftelijk of mondeling of via mail (rietlenskens@scheldelandpcvo.be ) een klacht indienen bij de ombudsdienst.

De ombudsdienst registreert je klacht.

§  Fase 2. Is je klacht ontvankelijk?

Binnen de 10 werkdagen (maandag tem vrijdag) nodigt de ombudsdienst je uit voor een eerste gesprek. De termijn van 10 werkdagen begint te lopen vanaf de datum van ontvangst van de klacht.

Aan de hand van een meldingsformulier toetst de ombudsdienst of de klacht ontvankelijk is.
Indien je zonder voorafgaandelijk bericht niet aanwezig bent op het eerste gesprek, is de klacht onontvankelijk, tenzij je een document kan voorleggen waaruit overmacht blijkt.

De toetsing gebeurt aan de hand van volgende criteria:

-      is de identiteit van de klager bekend?

-      Is de klager een cursist of kandidaat-cursist van het centrum?

-       heeft de klacht betrekking op feiten die niet ouder zijn dan één jaar te rekenen vanaf de datum van indiening van de klacht?

Uit deze toetsing blijkt of de klacht ontvankelijk is. De klacht is ontvankelijk bij een positief antwoord op alle hierboven vermelde criteria. De klacht is niet ontvankelijk bij een negatief antwoord op één van de hierboven vermelde criteria.

Indien de klacht ontvankelijk is, dan teken je samen met de ombudsdienst het meldingsformulier. Je ontvangt hiervan een duplicaat. Het meldingsformulier vermeldt duidelijk of je al dan niet de toelating geeft om je naam bekend te maken.
De ombudsdienst schetst het vervolg van de procedure.

Indien de klacht niet ontvankelijk is, ontvang je van de ombudsdienst een document met argumentatie waaruit duidelijk blijkt waarom je klacht niet ontvankelijk werd verklaard en wat de verdere mogelijkheden zijn.

§  Fase 3. Onderzoek en bemiddeling

De ombudsdienst onderzoekt de klacht binnen de 30 werkdagen, te rekenen vanaf het ogenblik dat het meldingsformulier is ondertekend.

In functie van het onderzoek kan de ombudsdienst alle betrokken partijen horen en de nodige informatie inwinnen. Gedurende het onderzoek brengt de ombudsdienst jou en het centrum op regelmatige tijdstippen op de hoogte.

De ombudsdienst formuleert op basis van haar bevindingen een mogelijke oplossing voor de klacht, en tracht via bemiddeling tot een oplossing te komen waarin beide partijen – jij en de directie – zich kunnen vinden.

§  Fase 4. Rapportering

Na beëindigen van het onderzoek maakt de ombudsdienst binnen de 10 werkdagen een eindrapport op en bezorgt dit aan de directie en via aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs aan jou.

§  Fase 5. Verslaggeving

De ombudsdienst stelt ieder jaar uiterlijk 15 juli een algemeen schriftelijk verslag op.
Dit verslag wordt overgemaakt aan het hoofd van het IVA Provinciaal Onderwijs.
In het jaarverslag worden de identiteit van de klagers en eventueel betrokken personeelsleden van het centrum niet bekend gemaakt.

Opgelet! Fases 1,4 en 5 zijn van toepassing op alle klachten. Fases 2 en 3 gelden niet voor klachten in verband met de evaluatieregeling, het verloop van de evaluaties en de deliberatie. De procedure voor de behandeling van deze klachten vind je terug in hoofdstuk 5 van het evaluatiereglement (deel IV).

 

         Ombudsdienst van het consortium

Is de interne klachtenprocedure uitgeput, dan kan je terecht bij de regionale ombudsdienst van het consortium via de coördinaten vermeld pagina 5 onder de hoofding “Consortium”.

De klachten die door de ombudsdienst kunnen behandeld worden hebben betrekking op de uitvoering van de onderwijsopdrachten en –bevoegdheden toegekend aan het centrum namelijk inschrijvingsgelden, kosten van cursus- en lesmateriaal, toelatingsvoorwaarden, leermiddelen en infrastructuur, organisatie van het opleidingsaanbod, wijze en procedure van evaluatie, informatieverstrekking,.....
De ombudsdienst mag nooit volgende zaken behandelen: klachten ivm de arbeidsbetrekkingen, werkomstandigheden of rechtspositieregeling van de personeelsleden van het centrum, klachten ivm het agogische project van het centrum en klachten over de wijze waarop de resultaten van een evaluatie beoordeeld en geïnterpreteerd worden.


Deel II. – Afspraken en regels

 

Hoofdstuk 1. – Aanwezigheid/afwezigheid

Je engageert je om de lessen regelmatig te volgen. Je aanwezigheid is voor je leerproces, maar ook voor een aantal andere aangelegenheden, zoals betaald educatief verlof,… erg belangrijk.
De aanwezigheden worden daarom bijgehouden in een aanwezigheidsregister dat per les door de leerkracht wordt ingevuld.
Elke afwezigheid moet trouwens verantwoord worden met een attest van bv de dokter, werkgever, vervoersmaatschappij….

Gelieve ook steeds stipt bij de aanvang van de lessen aanwezig te zijn.

Als je door omstandigheden het PCVO vroeger wil verlaten, dien je dit aan de leerkracht te melden omwille van de verzekering.

Indien de les niet kan doorgaan zal al het mogelijke gedaan worden om de cursist tijdig te verwittigen.

         Melden van afwezigheid (met uitzondering van Tweedekansonderwijs)

Bij een éénmalige afwezigheid moet je het centrum niet verwittigen, tenzij anders met de leerkracht afgesproken.
Bij langdurige afwezigheid wordt het centrum of de leerkracht verwittigd.

         Melden van afwezigheid in het Tweedekansonderwijs

Bij elke afwezigheid dient steeds het centrum verwittigd te worden.

 

Hoofdstuk 2. – Pauzes en lesonderbrekingen

De pauzemomenten en lesonderbrekingen worden door de leerkracht meegedeeld.

Hoofdstuk 3. – Parkeren

De richtlijnen in verband met het gebruik van de parking moeten strikt worden nageleefd.

 

Hoofdstuk 4. – Toegang tot lokalen en werkplaatsen

Je wordt enkel in de klassen en werkplaatsen toegelaten onder begeleiding van een leerkracht.

Tijdens de pauze verlaat je het leslokaal of de werkplaats.

 

Hoofdstuk 5. –Gebruik van didactisch en ICT-materiaal, van internet en van GSM

         Gebruik van didactisch en ICT-materiaal

Voor het werken met de machines in de werkplaatsen, de toestellen in een praktijklokaal of de computers in een informaticalokaal, volg je de richtlijnen van het centrum.

Het is niet toegelaten nieuwe software op de pc's te plaatsen of de instellingen te wijzigen.
Met het oog op het vermijden van virussen mogen geen eigen diskettes, geheugenkaarten, CD's of DVD's worden gebruikt, enkel die van het centrum.

Het is niet toegelaten hardware af te koppelen of te verplaatsen en evenmin nieuwe hardware aan te koppelen.
Onder hardware wordt verstaan ICT-hardware (bvb pc of printer) en didactische hardware (bvb televisietoestel of DVD).

Indien er problemen zijn met een toestel, dan is het jouw taak om de leerkracht hiervan op de hoogte te brengen. Probeer het probleem niet zelf op te lossen.

Indien je opzettelijke schade berokkent aan didactisch of ICT-materiaal, zal je deze moeten vergoeden. Onder opzettelijke schade wordt o.a. verstaan:

           het wijzigen van de hardware;

           het beschadigen (graffiti inbegrepen) van de hardware;

           het besmetten van een systeem met virussen;

           het wissen of wijzigen van de instellingen;

           het wissen of wijzigen van de software.

Afdrukken maken kan enkel in opdracht of tegen betaling. Bestanden kunnen meegenomen worden op een drager ter beschikking gesteld door het centrum.

Het bekijken, opstellen of verspreiden van pornografisch, racistisch, ander discriminerend, gewelddadig of mensonterend materiaal (websites, video's en DVD's inbegrepen) is verboden.

Elke toepassing die je realiseert in het kader van de lesopdrachten of met kennis die via het centrum kan verworven zijn, is vrij van pornografische, racistische, anders discriminerende, gewelddadige of mensonterende inhoud; ze beantwoordt eveneens aan alle elementen van de regels op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; ze berokkent geen nadeel aan de houder van een auteursrecht op de werken of de prestaties die in de toepassing vervat zijn.

         Internetgebruik

Het gebruik van het internet is gratis maar kan enkel indien het bedoeld is voor het vervullen van lesopdrachten. Hetzelfde geldt voor chatten, nieuwsgroepen en e-mail.

Op het internet respecteer je de netiquette.

Het downloaden van grote bestanden (> 1 MB) is enkel toegelaten na toestemming van een leerkracht.

         Gebruik van GSM

De richtlijnen in verband met het gebruik van GSM's moeten strikt worden nageleefd. In de informaticaklassen is het GSM-gebruik uitdrukkelijk verboden. Tijdens de lessen worden de GSM’s op “stil” gezet.

 

Hoofdstuk 6. – Persoonlijke bezittingen

         Persoonlijke bezittingen

Je bent zelf verantwoordelijk voor je persoonlijke bezittingen.

Je kan het centrum niet aansprakelijk stellen voor verlies, diefstal of beschadiging ervan.

         Verloren voorwerpen

Deze worden aan het secretariaat bezorgd en kunnen daar door de eigenaar, na identificatie, worden opgehaald.

 

Hoofdstuk 7. - Copyright en gebruik van foto's

         Copyright

De auteursrechten op boeken en software moeten strikt worden gerespecteerd. Het kopiëren of wijzigen van software of cursusmateriaal is verboden.

Het fotokopiëren van beschermde werken voor eigen rekening is verboden.

Werken van cursisten kunnen worden gebruikt voor publiciteit van het centrum.

         Gebruik van foto's voor publicatie, pers of website

Het is normaal dat het centrum bij activiteiten foto's neemt of laat nemen, zodat deze later gebruikt kunnen worden voor publicatie, voor verwerking naar de pers of website.

Deze foto's kunnen gemaakt worden van cursisten of van voorwerpen gemaakt of ontworpen op het centrum.

Indien je niet wenst dat deze foto's gebruikt worden voor publicatie, de pers of website, moet je het centrum hiervan schriftelijk op de hoogte brengen.

 

Hoofdstuk 8. – Aanplakken van affiches en aankondigingen

Op eigen initiatief mag je geen affiches of aankondigingen in het centrum aanplakken. Dit kan enkel mits toestemming van de directie en op de daartoe voorziene panelen.

 

Hoofdstuk 9. – Veiligheid en gezondheid

         Preventie en veiligheid

De inrichtende macht heeft een eigen interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Deze is bevoegd voor alle veiligheidsaspecten van het centrum.
Bepaalde veiligheidspunten kunnen onmiddellijk op het centrum ingevuld worden door de directeur of de preventiemedewerker op het centrum.
Het centrum treft in het bijzonder maatregelen in verband met brandpreventie, brandbestrijding en evacuatie. De specifieke richtlijnen terzake moeten stipt nageleefd worden.
In het kader van het veiligheidsplan zullen er evacuatieoefeningen gehouden worden.

Het centrum verwacht dat je de veiligheidsmaatregelen eerbiedigt en dat je je mee inzet om de veiligheid te bevorderen. Het is dan ook eenieders taak om defecten, beschadigingen en storingen te signaleren.

         Anti-rookbeleid

Het centrum voor volwassenenonderwijs is een openbare instelling en daarom geldt er in de schoolgebouwen een totaal rookverbod.

         Alcohol- en/of drugsgebruik

In principe is in het centrum het bezit, het gebruik en het verhandelen van alcohol strikt verboden.

Cursisten die duidelijk onder invloed zijn, kunnen de toegang tot het centrum geweigerd worden.

 

 

         Netheid van de lokalen
Het centrum zorgt voor nette lokalen. We verwachten dan ook dat je dat respecteert en dat je de opleidingsspecifieke hygiënische- en onderhoudsregels naleeft

         Medicatie
Indien U zich tijdens de lessen onwel voelt, verwittig dan onmiddellijk de leerkracht of laat het secretariaat verwittigen. Het centrum mag U in dat geval geen medicatie verstrekken met uitzondering van middelen nodig voor wondverzorging en dit op advies van de arbeidsgeneesheer.


Deel III. – Orde en tuchtreglement

Je dient je in alle omstandigheden op een waardige manier te gedragen tegenover personeel en medecursisten.
Doe je dit niet, dan kan een orde- of tuchtmaatregel opgelegd worden.

         Ordemaatregelen

Als je de goede werking van het centrum hindert of de lessen verstoort, kunnen er ordemaatregelen genomen worden. Die moeten ertoe bijdragen dat je je gedrag aanpast en een goede samenwerking met leerkrachten en medecursisten opnieuw mogelijk wordt.

Mogelijke ordemaatregelen zijn:

§    een mondelinge of schriftelijke verwittiging;

§    de tijdelijke verwijdering uit de les;

§    de tijdelijke verwijdering uit het centrum.

De eerste twee ordemaatregelen kunnen genomen worden door alle personeelsleden van het centrum. Over de tijdelijke verwijdering uit het centrum beslist de directie.

Tegen een ordemaatregel is geen beroep mogelijk.

         Tuchtmaatregelen

Indien je je schuldig maakt aan opzettelijke beschadigingen of diefstal, of indien je gedrag aanstootgevend is of de faam van het centrum schaadt kan de directie overgaan tot onmiddellijke schorsing, in afwachting van een definitieve beslissing..

Na het tuchtonderzoek kan de directie beslissen ofwel de schorsing stop te zetten ofwel je definitief uit te sluiten.

In het Tweedekansonderwijs kan de directie ook beslissen om je tijdelijk uit te sluiten.

Indien de directie van mening is dat er reden zou zijn om een tuchtmaatregel uit te spreken dan word je opgeroepen tot een onderhoud over de vastgestelde feiten.
De oproeping tot dit onderhoud gebeurt per aangetekende brief, minimaal vijf werkdagen voorafgaand aan het onderhoud.

Van het onderhoud wordt een samenvattend proces-verbaal opgesteld. Na lezing ervan wordt het door jou ondertekend. Bij weigering wordt dit genoteerd. Deze vermelding wordt door twee getuigen ter bevestiging ondertekend.

De tuchtmaatregel wordt gemotiveerd en schriftelijk meegedeeld door de directeur.

De mededeling gebeurt binnen de drie werkdagen per aangetekende brief en bij ontvangstbewijs. Pas na deze mededeling wordt de tuchtmaatregel van kracht. De cursist heeft het recht het tuchtdossier in te kijken.

Ingeval van definitieve uitsluiting wordt de beroepsmogelijkheid vermeld.

         Beroep

 

Tegen de tijdelijke uitsluiting bij tuchtmaatregel is geen beroep mogelijk, tegen de definitieve uitsluiting wel. Uiterlijk vijf werkdagen nà ontvangst van de beslissing tot definitieve uitsluiting, kunnen je schriftelijk beroep indienen bij de voorzitter van de interne beroepscommissie.

Het beroep schort de uitvoering van de eerder genomen tuchtbeslissing niet op.

Uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van het beroep komt de interne beroepscommissie samen.

Je wordt per brief opgeroepen om voor deze beroepscommissie te verschijnen.

De beroepscommissie onderzoekt de klacht grondig. Zij adviseert de Deputatie over het handhaven of intrekken van de beslissing van de directeur. Op basis van dit advies beslist de Deputatie in de zitting volgend op de week van de samenkomst van de beroepscommissie.

Binnen drie werkdagen zal je per aangetekende brief, op de hoogte gebracht worden van de gemotiveerde beslissing. Deze beslissing is bindend voor alle partijen.


Deel IV – Evaluatiereglement

Het evaluatiereglement regelt de evaluatieprocedure en alle evaluatievoorwaarden.

Het evaluatiereglement maakt je duidelijk dat er niet alleen regels zijn waaraan je je moet houden, maar dat je in het centrum ook een aantal rechten hebt.

 

Hoofdstuk 1. – Evaluatie: begrippen, evaluatievorm en periode

         Wat wordt verstaan onder het begrip evaluatie?

Evaluatie is een deskundige beoordeling van de mate waarin je de doelstellingen uit het goedgekeurde leerplan hebt bereikt.

Gespreide evaluatie betekent dat er getoetst wordt op regelmatige tijdstippen met medeweten van de cursist. De quotering telt mee voor de eindevaluatie. Op die manier wordt de werklast verspreid over de module. Gespreide evaluatie verhoogt de betrouwbaarheid van de eindbeoordeling, omdat toevalligheidsfactoren minder een rol spelen.. 

De evaluatie kan ook permanent gebeuren doorheen de module. Op die manier worden systematisch de vorderingen van de cursisten in beeld gebracht, verschaft zij de lesgever tijdig inzicht in de gewenste bijsturingen van zijn onderwijsaanpak en biedt ze de cursisten een beter zicht in hun eigen leerproces.

Bij de permanente evaluatie wordt niet alleen het product geëvalueerd, maar ook het procesverloop.

De afsluitende evaluatie of eindevaluatie is een éénmalige evaluatie op het einde van het schooljaar of de module.

De eindbeoordeling is het resultaat dat je behaalde op basis van de evaluatiemomenten.

         Evaluatievorm

De vorm van de evaluatie wordt bepaald door de directeur, in overleg met de vakgroep of met de leraar conform het leerplan: mondeling en/of schriftelijk, afsluitende evaluatie en/of permanente evaluatie en/of gespreide evaluatie.

Elke cursist wordt voor de evaluatie op de hoogte gebracht van de evaluatievorm.

Bij een mondelinge evaluatie wordt bovendien op verzoek van de cursist, een schriftelijke voorbereidingstijd toegestaan.

In geval van overmacht kan de directeur een mondelinge evaluatie schriftelijk laten afleggen of omgekeerd.

In het modulair georganiseerd onderwijs wordt de beoordeling op het einde van elke organisatieperiode van een module bepaald via de resultaten behaald op de permanente en/of gespreide en/of afsluitende evaluatie.

Indien gekozen wordt voor een combinatie van verschillende evaluatievormen dan kan de verhouding tussen de evaluatievormen verschillen naargelang het studiegebied of de opleiding.

Indien een opleidingsonderdeel of een module enkel bestaat uit permanente evaluatie, dan worden er duidelijke afspraken gemaakt rond de deelname aan evaluatiemomenten. Indien je je niet houdt aan de vooropgestelde afspraken dan zal dit invloed hebben op je eindbeoordeling.

         Evaluatieperiode

De evaluatieperioden zijn de tijdvakken waarbinnen de eindevaluaties worden georganiseerd.
Een evaluatieperiode wordt afgesloten na de bekendmaking van de resultaten.

De evaluatieperiodes worden vastgelegd in de jaarkalender.

Permanente evaluatie en/of gespreide evaluatie gebeurt tussentijds gedurende de volledige cursustijd.

 

Hoofdstuk 2. – Deelname aan, afwezigheid op of stopzetten van de evaluaties

         Voorwaarden om een eindbeoordeling te kunnen krijgen:

Om een eindbeoordeling te kunnen krijgen, moet je:

§    voldoen aan de toelatingsvoorwaarden van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;

§    het inschrijvingsgeld betaald hebben of hiervan vrijgesteld zijn,

§    voldoen aan de door het studieprogramma opgelegde verplichtingen in verband met de vereiste practica, eindwerk of projectwerk en het inoefenen op modellen;

§    de onderwijsactiviteiten van het leerjaar of de module waarvoor werd ingeschreven, regelmatig gevolgd hebben en in geval van permanente evaluatie en/of gespreide evaluatie, de gemaakte afspraken in verband met de deelname aan de evaluatiemomenten nageleefd hebben.
De directeur oordeelt over de regelmatigheid en over het naleven van de afspraken.
Een negatieve beslissing wordt schriftelijk meegedeeld.
De cursist kan beroep instellen bij de beroepscommissie van de inrichtende macht. Het beroep moet ingediend worden binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de beslissing. De beroepscommissie beslist binnen de vijf werkdagen na ontvangst van het beroep.

         Afwezigheid op of stopzetten van de eindevaluatie in het modulair georganiseerd onderwijs

Je dient aan alle eindevaluaties van de module(s) waarvoor je bent ingeschreven, deel te nemen.

Indien je tijdens een evaluatieperiode of evaluatie afwezig bent of niet verder deelneemt aan de eindevaluaties, dan deel je dit binnen de 48 uur na het evaluatietijdstip mee aan het secretariaat van het centrum voor volwassenenonderwijs.

Je kan een geldige reden hebben om op een eindevaluatie afwezig te zijn.
Je dient dit dan wel te staven door op het secretariaat een medisch attest of een ander bewijsstuk in te leveren.
In dit geval kan de directeur beslissen een inhaalevaluatie toe te staan overeenkomstig hoofdstuk 3.

Indien je niet deelneemt aan een eindevaluatie en dit niet binnen de 48 uur meldt en verantwoordt, dan ben je ongeldig afwezig.
Je wordt dan automatisch als niet-geslaagd beschouwd voor de module.

         Inhaalevaluatie

Een inhaalevaluatie wordt enkel toegestaan indien je een geldige reden hebt voor je afwezigheid op de eindevaluatie.

De geldige reden voor afwezigheid op een eindevaluatie zijn:

§    ziekte;

§    ander examen/evaluatie;

§    verblijf buitenland;

§    werkverplichting;

§    overmacht.

Indien je meent recht te hebben op een inhaalevaluatie, dan staaf je je aanvraag met een medisch attest of een ander bewijsstuk. Een inhaalevaluatie vraag je officieel aan bij de directie.
Na overleg tussen de directie en de lesgever wordt binnen de evaluatieperiode een inhaalevaluatie ingericht.
Bij twijfel over de geldigheid van de reden tot afwezigheid of bij je eigen verzoek om een inhaalevaluatie buiten de evaluatieperiode, beslist de directeur.

         Afwezigheid op of niet deelname aan evaluatiemomenten in geval van permanente evaluatie en/of gespreide evaluatie

Je dient je te houden aan de afspraken die gemaakt werden.

Indien je tijdens een evaluatiemoment afwezig bent of niet verder deelneemt aan de evaluaties, dan deel je dit binnen de 48 uur na het evaluatietijdstip mee aan het secretariaat van het centrum voor volwassenenonderwijs.

Je kan een geldige reden hebben om op een evaluatiemoment afwezig te zijn.
Je dient dit dan wel te staven door op het secretariaat een medisch attest of een ander bewijsstuk in te leveren.
Je wordt dan vrijgesteld van het gemiste evaluatiemoment. Het evaluatiemoment wordt ook niet in aanmerking genomen voor de permanente evaluatie.

Indien je niet deelneemt aan een evaluatie en dit niet binnen de 48 uur meldt en verantwoordt, dan ben je ongeldig afwezig.
Je krijgt een nul toegekend voor het evaluatiemoment waaraan je niet hebt deelgenomen. Je hebt geen recht op een inhaalevaluatie.

 

Hoofdstuk 3. – Vrijstellingen

De directeur van het centrum kan vrijstelling van opleidingsonderdelen verlenen.
Deze vrijstellingen impliceren zowel de lessen als de bijhorende evaluatieactiviteiten en kunnen leiden tot studieduurverkorting.

Meer informatie hierover vind je in Deel I – Leidraad voor de cursist, Hoofdstuk 5: Toelatingsvoorwaarden en vrijstellingen.

 

Hoofdstuk 4. – De evaluatiecommissie

         Samenstelling

De directeur van het centrum voor volwassenenonderwijs richt per opleiding, per leerjaar en/of module een evaluatiecommissie op.

Iedere evaluatiecommissie bestaat uit volgende stemgerechtigde leden:

§    de directeur, hij neemt het voorzitterschap waar, of bij diens afwezigheid, een door hem aangewezen vervanger;

§    de leden van het onderwijzend personeel, belast met de onderwijs- en andere studieactiviteiten. In het modulair onderwijs is dat vaak slechts 1 persoon.

Iedere evaluatiecommissie kan daarnaast de volgende niet-stemgerechtigde leden bevatten:

§    de ombudsman;

§    externe commissieleden.

De directeur oordeelt bij welke evaluaties een extern jurylid deel zal uitmaken van de evaluatiecommissie.

De directeur regelt de werking van het evaluatiesecretariaat en wijst een secretaris aan.

         Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

§    de evaluatiecommissie beoordeelt het geheel van de evaluatieresultaten van de regelmatig ingeschreven cursist;

§    de evaluatiecommissie beslist over de toe te kennen graden
Volgende graden zijn mogelijk: voldoening, onderscheiding, grote onderscheiding of grootste onderscheiding, naargelang de uitslagen respectievelijk 60%, 70%, 80% of 90% bedragen.
Wanneer de evaluatiecommissie oordeelt dat een andere graad dan deze welke overeenstemt met de bekomen uitslag, dient toegekend te worden, brengt zij het behaalde percentage in overeenstemming met de graad door aanpassing van het totaal der behaalde cijfers;

§    in geval van fraude beslist de evaluatiecommissie over de mogelijke consequenties;

§    de evaluatiecommissie ziet toe op de regelmatigheid van eventueel buiten het centrum verleende vrijstellingen, de regelmatigheid van de uitgereikte deelcertificaten van modulaire opleidingen en overtuigt er zich van dat het geheel van de verworven studiebewijzen voldoet voor de studiebekrachtiging.

         Wijze van beraadslaging

De stemgerechtigde leden van de evaluatiecommissie hebben de plicht de beraadslaging bij te wonen. In het modulair onderwijs is dat dus de directeur en de lesgever.
De evaluatiecommissie neemt haar beslissingen bij unanimiteit.

De beraadslaging van de evaluatiecommissie is geheim. De leden zijn dus tot geheimhouding over de beraadslaging verplicht.

Het proces-verbaal van de beraadslagingen van de evaluatiecommissie vermeldt de samenstelling van de evaluatiecommissie. Het bevat bovendien per cursist het globale evaluatieresultaat, de genomen beslissingen over het slagen, de verleende vermelding, het niet slagen, en motivatie van de afwijzing.
De voorzitter en secretaris van de evaluatiecommissie ondertekenen het proces-verbaal.

         Beslissing van de evaluatiecommissie

De beslissing van de evaluatiecommissie gaat over de leerstof van de ganse organisatieperiode en over de module waarvoor de cursist ingeschreven is.

De evaluatiecommissie verklaart een cursist geslaagd of niet-geslaagd.

Een cursist is geslaagd wanneer minstens 50% van de punten werden behaald.

         Bekendmaking van de evaluatieresultaten

De beslissing van de evaluatiecommissie wordt ten laatste 1 week na de beraadslaging meegedeeld in termen van:

§    geslaagd (met respectievelijke graden en evaluatieresultaten);

§    niet-geslaagd (met vermelding van de evaluatieresultaten).

Elke cursist heeft recht op inzage van de evaluatiekopij.
Bij betwisting is inzage in de evaluatiekopij mogelijk en dit uitsluitend bij de directeur van het centrum.

 

Hoofdstuk 5. – De ombudsdienst

Meer informatie over de ombudsdienst en over bepaalde stappen in de procedure vind je in hoofdstuk 10 – ombudsdiensten van deel I – Leidraad voor de cursist.

Indien je beroep doet op een ombudsdienst in het kader van de evaluatieprocedure, dan gelden de hierna volgende specifieke regels:

Een ombudsdienst kan in geen geval een stemgerechtigd lid zijn van de evaluatiecommissie.

De ombudsdienst treedt op als bemiddelaar tussen de cursist en de directeur en/of de evaluatiecommissie.

De ombudsdienst onderzoekt alle klachten in verband met de evaluatieregeling, het verloop van de evaluaties en de deliberatie.

Om zijn taak zo goed mogelijk te vervullen heeft hij het recht zowel voor als tijdens de deliberatie, aan de leden van de evaluatiecommissie inlichtingen te vragen over de evaluaties.

Hij is tot geheimhouding verplicht.

 

Hoofdstuk 6. – Fraude

Wie betrapt wordt op bedrog tijdens een evaluatie, wordt gehoord door de directeur.
Indien de fraude bewezen wordt geacht door de directeur, dan krijg je voor de desbetreffende evaluatie een nul toegewezen.

De evaluatiecommissie beslist of je nog de kans zal krijgen deze evaluatie te herdoen.

Bij bewezen fraude tijdens een inhaalevaluatie word je verder als afgewezen beschouwd.

 

Hoofdstuk 7. – Beroepsprocedure

         Procedure voor conflicten voor de beraadslaging

Als je tijdens of onmiddellijk na de evaluatie meent dat er tijdens de evaluatie onregelmatigheden zijn gebeurd (bv buiten de leerstof ondervraagd, onheus behandeld,…) dan kan je tot twee werkdagen na de evaluatie schriftelijk klacht indienen bij de directeur.
Deze stelt een onderzoek in en beslist autonoom of de evaluatie opnieuw moet worden overgedaan.

Bij betwisting kan je een beroep doen op de bemiddeling van de ombudsdienst.

Deze procedure moet binnen de drie werkdagen na de indiening van de klacht afgehandeld zijn.

         Procedure bij vermoede materiële vergissingen of bij inhoudelijke betwistingen, na het afsluiten van de beraadslaging

De beslissing die een evaluatiecommissie neemt, is steeds het resultaat van een weloverwogen evaluatie in jouw belang.

Bij eventuele betwistingen van een beslissing van de evaluatiecommissie moet je binnen de twee werkdagen volgend op de bekendmaking van het evaluatieresultaat, een persoonlijk onderhoud aanvragen bij de directeur van het centrum.
Deze aanvraag gebeurt schriftelijk.

Dit onderhoud kan er toe leiden dat:

§    je ervan overtuigd wordt dat de genomen beslissing gegrond is. Er is geen betwisting meer;

of

§    de directeur oordeelt dat de door jou aangebrachte elementen geen nieuwe bijeenkomst van de evaluatiecommissie rechtvaardigen.
Het resultaat van dit onderhoud wordt jou onverwijld schriftelijk per aangetekende zending meegedeeld;

of

§    de directeur oordeelt dat de door jou aangebrachte redenen voor betwisting het overwegen waard zijn. De evaluatiecommissie wordt dan opnieuw samengeroepen en de beslissing wordt nogmaals overwogen.
De beslissing van deze evaluatiecommissie wordt onverwijld schriftelijk per aangetekende zending aan jou meegedeeld.

Als de betwisting blijft bestaan kan je schriftelijk beroep instellen bij de beroepscommissie van de inrichtende macht binnen vijf werkdagen na de ontvangst van het resultaat van

§    hetzij het onderhoud met de directeur, indien deze oordeelt dat de aangebrachte elementen geen nieuwe bijeenkomst van de evaluatiecommissie rechtvaardigen;

§    hetzij de beslissing van de opnieuw samengeroepen evaluatiecommissie.

Het beroep wordt ingesteld door middel van een aangetekend schrijven aan: de voorzitter van de beroepscommissie, Woodrow Wilsonplein 2, 9000 Gent.

Niet tijdig ingediende bezwaarschriften worden onontvankelijk verklaard.

De beroepscommissie onderzoekt de klacht grondig.

De beroepscommissie zal jou, de directeur en eventuele getuigen horen.
Ter zitting wordt een proces-verbaal opgemaakt.

De beroepscommissie beslist of de evaluatiecommissie wel of niet opnieuw moet samenkomen en motiveert haar beslissing.

Het proces-verbaal van het verhoor en het resultaat van het onderzoek door de beroepscommissie wordt overgemaakt aan de directeur van het centrum.

De definitieve, duidelijk gemotiveerde beslissing wordt door de directeur binnen de 5 werkdagen na ontvangst van de beslissing van de beroepscommissie aangetekend aan jou overgemaakt.

 

         De beroepscommissie van de inrichtende macht

De beroepscommissie van de inrichtende macht is samengesteld uit de leden van  het Intern Verzelfstandigd Agentschap (IVA) Provinciaal Onderwijs Oost-Vlaanderen en het departement Onderwijs en Vorming.

De voorzitter van de beroepscommissie is de Algemeen Directeur van het provinciaal Onderwijs.

De voorzitter duidt een secretaris aan.

De beroepscommissie komt geldig bijeen wanneer drie vierden van de leden aanwezig zijn.

De beroepscommissie hoort de partijen en formuleert een advies.

De beslissing wordt genomen door het Hoofd van het IVA Provinciaal Onderwijs.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BIJLAGEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 Bijlage 1: Vrijstelling van inschrijvingsgeld

 

1.           Volledige vrijstelling van het inschrijvingsgeld

Volgende cursisten worden volledig vrijgesteld:

           alle cursisten in het studiegebied Algemene vorming;

           alle cursisten met een inkomen via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon of die ten laste zijn van één van deze categorieën;

           asielzoekers die materiële hulp genieten;

           gedetineerden;

           cursisten tussen 12 en 16 jaar die Nederlands tweede taal volgen;

           al wie een wachtuitkering of werkloosheidsuitkering krijgt en die een opleiding volgt die door de VDAB erkend is in het kader van een traject naar werk. Dat je een dergelijke uitkering krijgt, moet je aantonen door een attest afgeleverd door de VDAB, Actiris, de RVA of de uitbetalingsinstelling (de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkering of een syndicale organisatie).
Dat je de opleiding volgt in het kader van een erkend traject naar werk, dien je aan te tonen aan de hand van een attest afgeleverd door de VDAB. De VDAB-consulent bepaalt welke opleiding in het kader van een erkend traject naar werk wordt beschouwd;

           niet-werkende verplicht ingeschreven werkzoekenden die nog geen recht op een wachtuitkering hebben verworven;

           inburgeraars die een inburgeringscontract hebben ondertekend of een inburgeringsattest hebben behaald voor de opleidingen Nederlands tweede taal (richtgraad 1 en 2).
Inburgeraars zijn:
- iedere meerderjarige vreemdeling die ingeschreven is in het rijksregister door een gemeente van het Nederlands taalgebied of door een gemeente van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, met uitzondering van de vreemdeling die hier voor een tijdelijk doel verblijft en van de asielzoeker zolang zijn asielvraag niet ontvankelijk is verklaard;
- iedere meerderjarige Belg, geboren buiten België, van wie minstens één ouder geboren is buiten België en die in het rijksregister ingeschreven is door een gemeente van het Nederlands taalgebied of door een gemeente van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.

 

 

2.           Verminderd inschrijvingsgeld van 0,25 euro per lesuur

Volgende cursisten genieten van een vermindering van het inschrijvingsgeld van 0,25 euro per lesuur:

           cursisten met een inkomen verworven via een wachtuitkering of een werkloosheidsuitkering voor alle opleidingen die niet gevolgd worden in een door de VDAB erkend traject naar werk;

           alle cursisten die in het bezit zijn van één van de volgende attesten of die ten laste zijn van een persoon die in het bezit is van één van de volgende attesten:

-       een attest uitgereikt door de bevoegde overheid, waaruit een arbeidsongeschiktheid blijkt van ten minste 66%;

-       een attest uitgereikt door het ministerie van Sociale Zaken waaruit het recht blijkt op een integratietegemoetkoming aan gehandicapten;

-       een attest waaruit de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap blijkt;

De vrijstellingen voor mindervalide cursisten worden maar verleend tot aan de pensioengerechtigde leeftijd.

           alle cursisten die gedurende twee opeenvolgende jaren opleiding gevolgd hebben in een centrum voor basiseducatie gedurende ten minste 120 lestijden en dit voorafgaand aan het jaar van inschrijving in het Centrum voor Volwassenenonderwijs.

 

3.           Verminderd inschrijvingsgeld van 0,50 euro per lesuur

           Alle andere cursisten voor een opleiding Nederlands tweede taal.

 

4.           Modaliteiten

Het attest waarmee je het recht op vrijstelling van het wettelijke inschrijvingsgeld staaft, mag bij de inschrijving niet ouder zijn dan één maand.

Om aanvaard te worden, moet het attest duidelijk vermelden dat je aan de vrijstellingsvoorwaarden, zoals bepaald in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, voldoet.

Indien je het attest niet afgeeft op het moment van de inschrijving, dan moet je het binnen de 14 dagen na je inschrijving indienen op het secretariaat.


Bijlage 2: Betaald educatief verlof

 

Onderstaande tekst is een samenvatting van de wetgeving betreffende het betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers. Voor de volledige wettekst of bijkomende informatie verwijzen wij naar de werkgever of het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.

Het centrum is niet verantwoordelijk voor verkeerde interpretatie van de door ons ter beschikking gestelde teksten.
Wij verstrekken de nodige formulieren voor de werkgever, maar het is de werkgever die, op basis van de wetteksten, de juiste modaliteiten bepaalt.

Aanvullende inlichtingen kan je verkrijgen bij het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, dienst Betaald Educatief Verlof, Belliardstraat 51, 1040 Brussel – tel. 02/233 47 30 of 02/233 47 02 of 02/233 46 21 of via de website: www.meta.fgov.be.

 

1.           Inleiding

BEV kan omschreven worden als zijnde het recht toegekend aan de werknemer die voltijds tewerkgesteld is in de privé-sector en die bepaalde algemene of beroepsopleidingen volgt, om op het werk afwezig te zijn, gedurende een aantal uren dat gelijk is aan het aantal aanwezigheidsuren in de les, met behoud van het normale loon dat op het gewone tijdstip wordt uitbetaald.

De werkgever die verzocht wordt om BEV toe te kennen, heeft de verplichting hieraan gevolg te geven, indien de belanghebbende werknemer en de gevolgde opleiding beantwoorden aan de voorwaarden gesteld in de wet. Hij kan echter de afwezigheden plannen, rekening houdend met de vereisten inzake arbeidsorganisatie en de noden van de individuele cursist-werknemer, vandaar dat deze planning in overleg dient te gebeuren.

 

2.           Rechthebbende werknemers

         Om aanspraak te kunnen maken op BEV moet je:

       regelmatig ingeschreven zijn en één of meer bij wet bepaalde opleidingen volgen;

       voltijds of deeltijds tewerkgesteld zijn in het kader van één of meerdere arbeidsovereenkomsten, of anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst voltijdse arbeid verrichten onder het gezag van één of meerdere personen.

         Onder voltijdse prestatie wordt bedoeld de maximale wekelijkse arbeidsduur zoals die door de bevoegde paritaire comités voor de verschillende sectoren is vastgelegd en dit

       in uitvoering van één arbeidsovereenkomst of

       in uitvoering van meerdere arbeidsovereenkomsten met deeltijdse arbeidsduur bij verschillende werkgevers of in het kader van verschillende contracten, waarbij alle gepresteerde uren opgeteld worden.

         Onder deeltijdse werknemers wordt bedoeld:

       de werknemers die minstens 4/5 zijn tewerkgesteld;

       de werknemers die minstens 1/3 zijn tewerkgesteld op basis van een variabele werktijdregeling;

       de werknemers die ten minste halftijds en minder dan 4/5 met een vast uurrooster zijn tewerkgesteld.

De eerste twee categorieën hebben recht op betaald educatief verlof voor de algemene en beroepsopleidingen die tijdens of buiten de normale arbeidsuren gevolgd worden.

De laatste categorie werknemers hebben alleen recht op het verlof voor de beroepsopleidingen die tijdens de normale arbeidsuren gevolgd worden.

         Er kan geen betaald educatief verlof worden toegestaan aan werknemers

§  die tewerkgesteld zijn door de Staat, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de gemeenten, openbare instellingen die eronder ressorteren en instellingen van openbaar nut;

§  die behoren tot het onderwijzend personeel;

§  die voor de gevolgde opleiding een vergoeding voor sociale promotie vragen.

 

3.           Erkende opleidingen

De opleidingen die recht geven op BEV zijn ofwel beroepsopleidingen ofwel algemene opleidingen.

Ze kunnen een rechtstreeks verband houden met de dagelijkse taken van de werknemers. Het is echter niet noodzakelijk dat er een verband bestaat tussen de gepresteerde arbeid en de gevolgde opleiding.

De opleiding moet een minimum van 32 uren per jaar omvatten om recht te geven op het verlof.

Een aantal opleidingen geven echter geen recht op betaald educatief verlof:

§    inrichten van de woning;

§    kleding kleermaken dames;

§    schoonheidsverzorging;

§    fotografie;

§    lederbewerking;

§    woningdecoratie;

§    ….

 

4.           Duur en spreiding van het verlof

         Algemeen principe

De werknemer heeft het recht om, met behoud van zijn normaal loon, op het werk afwezig te zijn gedurende een aantal uren dat overeenstemt met dat van de gevolgde cursussen (effectief aanwezige lesuren) en waarvan het maximum per jaar is vastgesteld.

Een lesuur van 50 minuten geeft recht op 60 minuten verlof.

         Duur van het verlof

De maximale jaarlijkse begrenzing van het gevolgd aantal uren betaald educatief verlof is verminderd vanaf 1 september 2006. Wanneer de opleiding ten laatste in het schooljaar 2006-2007 werd aangevat, gelden wel nog overgangsmaatregelen.

 

Soort opleiding

Overgangsmaatregel *

Vanaf schooljaar 2007-2008

Indien lesuren niet samenvallen met werk:

 

 

Beroepsopleiding

120

100

Algemene opleiding

80

80

Beroepsopleiding en algemene opleiding

120

100

Indien lesuren samenvallen met werk

 

 

Beroepsopleiding

180

120

Algemene opleiding

-

80

Beroepsopleiding en algemene opleiding

180

120

Met of zonder samenvallen

 

 

Taalopleiding

80

80

Taalopleiding en beroepsopleiding

120

100

* Overgangsmaatregelen:

De werknemer kan van de overgangsmaatregelen genieten als hij een opleiding volgt die deel uitmaakt van een meerjarige cyclus en als de opleiding ten laatste is aangevat in het schooljaar 2006-2007.

         Spreiding van het verlof

Het BEV met betrekking tot de opleidingen die bij wijze van schooljaar georganiseerd zijn, moet opgenomen worden tussen de aanvang van de opleiding (of de eerste effectieve aanwezigheid bij laattijdige inschrijving) en het eind van de eerste zittijd van de opleiding.

Het BEV met betrekking tot de opleidingen die niet bij wijze van schooljaar zijn georganiseerd, moet opgenomen worden tussen het begin en het einde van de opleiding.

 

5.           Verlies van het recht op betaald educatie verlof

         Het opgeven of onderbreken van de opleiding

De werknemer die een opleiding onderbreekt of opgeeft, verliest het recht op betaald educatief verlof vanaf de datum van kennisgeving aan zijn werkgever van deze onderbreking of opgave.

Het aantal rechthebbende verlofuren zal ook bepaald worden op basis van de werkelijk gevolgde lesuren voor het opgeven of voor of na het onderbreken van de lessen.

De verwittiging moet gebeuren, ten laatste binnen de 5 dagen die op de onderbreking of de opgave volgen.

Het recht op verlof is vervallen tot wanneer de werknemer zich opnieuw inschrijft voor het volgen van een opleiding.

         Onvoldoende nauwgezetheid

Het voordeel van het BEV wordt gedurende een periode van 6 maanden niet meer toegekend aan de werknemer die in de cursussen ongewettigd afwezig is voor meer dan 1/10 van de werkelijk gegeven lesuren.

Indien de opleiding gegeven wordt binnen een schooljaarsysteem wordt de 10% per schooltrimester berekend op basis van de werkelijk gegeven lessen. Voor de andere wordt de berekening gedaan per periode van 3 maanden.

         Onrechtmatig gebruik van het verlof

De werknemer die tijdens het BEV een winstgevende activiteit als zelfstandige of als werknemer uitoefent, verliest het recht op BEV gedurende een periode van 12 maanden, vanaf de dag waarop de feiten werden vastgesteld.

 

 

         Opeenvolgende mislukkingen

De werknemer die, nadat hij tweemaal dezelfde cursus of datzelfde cursusjaar heeft gevolgd, dat beoordelingsgetuigschrift niet heeft behaald, zonder dat deze dubbele mislukking kan toegeschreven worden aan omstandigheden buiten zijn wil, verliest het recht op BEV voor deze cursus of dit cursusjaar.

 

6.           Bescherming tegen ontslag

De werkgever mag de werknemer niet ontslaan vanaf het ogenblik waarop hij zijn aanvraag om BEV te genieten heeft ingediend, en dit tot het einde van de opleiding, behalve om redenen die vreemd zijn aan de aanvraag.

Deze bescherming blijft behouden ingeval de werknemer het recht op BEV verliest wegens te hoog aantal ongewettigde afwezigheden.
De bescherming vervalt voor de werknemer die een winstgevende activiteit uitoefent gedurende het BEV.

 

7.           Door de werknemer te vervullen formaliteiten

         Toekenning van het recht

§  De werknemer overhandigt het getuigschrift van regelmatige inschrijving aan de werkgever en deelt hem de voorziene afwezigheid mee.

§  De aanvraag moet voor 31 oktober van het schooljaar gebeuren.

§  In geval van laattijdige inschrijving na 31 oktober of bij inschrijving voor een opleiding die aanvangt na 31 oktober, of in geval van verandering van werkgever tijdens eenzelfde schooljaar, dient de aanvraag te gebeuren ten laatste 15 dagen vanaf de inschrijving of van verandering van werkgever.

§  Het overmaken gebeurt van hand tot hand, tegen ontvangstbewijs of per aangetekende brief.

         Behoud van het recht

§  De werknemer levert het bewijs dat hij de opleiding met nauwgezetheid volgt, door aan zijn werkgever de hiertoe uitgereikte getuigschriften van nauwgezetheid over te maken.

§  De werkgever kan BEV voor een volgend trimester weigeren zo lang hij niet in het bezit is van het document van het voorbije trimester.

§  De getuigschriften van nauwgezetheid mogen geen doorhalingen of wijzigingen vertonen ter hoogte van aanwezigheden of ongewettigde afwezigheden zodat ze niet kunnen betwist worden.


Bijlage 3: Opleidingen die recht geven op een premie van de Vlaamse Gemeenschap

 

Studiegebied

Opleiding/combinatie van opleidingen

Auto

Fietsenmaker + Mecanicien bromfietsen en tuinmateriaal

 

Koetswerkhersteller

 

Mecanicien personen- en lichte bedrijfswagens

Bijzondere educatieve noden

Vrachtwagenchauffeur

Boekbinden

Manueel boekbinder

Bouw

Dakdekker metalen dak + loodgieter (studiegebied Koeling en warmte)

 

Polyvalent dakdekker

Chemie

Chemie TSO 3

 

Farmaceutisch assistent TSO 3

Grafische technieken

Digitaal drukker

 

Fotografie TSO 3

 

Multimedia operator

 

Offsetdrukker rotatie

 

Webdesigner

 

Webontwikkelaar

 

Webserverbeheerder

Handel

Boekhouden-informatica TSO 3

 

Kantooradministratie en gegevensbeheer BSO 3

 

Maritiem medewerker TSO 3

 

Secretariaat-talen TSO 3

Koeling en warmte

Airco-technieker

 

Installateur centrale verwarming

 

Koeltechnieker

 

Loodgieter + dakdekker metalen dak (studiegebied Bouw)

 

Monteur centrale verwarming + installateur individuele gasverwarming

 

Monteur centrale verwarming + loodgieter

 

Monteur centrale verwarming + technieker centrale verwarming

 

Monteur klimatisatie

 

Sanitair installateur

Lichaamsverzorging

Schoonheidsverzorging TSO 3

Mechanica-elektriciteit

BMBE-lasser + MIG/MAG-lasser

 

BMBE-lasser + TIG-lasser

 

Buisfitter staal + Buisfitter kunststof

 

Draaier – frezer

 

Hersteller witgoed

 

Industrieel elektrotechnisch installateur

 

Lasser monteerder

 

Matrijzenmaker

 

MIG/MAG-lasser + TIG-lasser

 

Onderhoudsmecanicien

 

Plaatlasser

 

PLC technieker

 

Podiumtechnicus

 

Productieoperator verspaning

 

Technieker aandrijfsystemen

Personenzorg

Jeugd- en gehandicaptenzorg TSO 3

 

Kinderzorg BSO 3

 

Kinderzorg/Begeleider in de kinderopvang

 

Polyvalent verzorgende/thuis- en bejaardenzorg

Textiel

Regelaar tapijt/fluweelweefmachines

 

Regelaar weefmachines

 

Tapijt/fluweelwever

Toerisme

Toerisme en onthaal TSO 3

Voeding

Brood en banket

 

Hotel TSO 3

 

Slagerij en vleeswaren

 


 

Bijlage 4: Jaarkalender

 

Zie website